Terugkijken: Workshop ‘Start je eigen voedselgemeenschap’

Sandra van Kampen, Bregje Hamelynck en Estella Franssen

Met bijna 80 deelnemers kwamen we op 13 oktober online samen om te luisteren naar de praktische kant en de do’s en don’ts van het opzetten van een voedselgemeenschap. Dit blijkt makkelijker dan je misschien denkt. “Je kunt de notaris vragen of hij mee wil doen en verder heb je hem niet nodig.”

Onder de deelnemers was Wim uit Vlaanderen: “Ik ben actief binnen Boerenforum, het Vlaamse equivalent van Toekomstboeren. Mijn vrouw en ik zijn nu een coöperatieve winkel aan het opstarten.” Vanuit een ander perspectief was aanwezig Kaat Biesemans: “Ik ben voedselboswachter en ik ben op zoek naar een locatie om een voedselbos te beginnen en te beheren in de buurt van Utrecht en daar hoort dan een voedselgemeenschap bij. Daarom zit ik hier.”

Het verhaal kon beginnen. We hoorden de ervaringen van Bregje Hamelynck van voedselcollectief Ús Iten uit Friesland en van Estella Franssen, die in Overijssel meerdere voedselcollectieven hielp opstarten. Sandra van Kampen, betrokken bij een onderzoek naar voedselgemeenschappen, leidde het gesprek.

Kijk hier de online workshop terug.

Estella Fransen – Voedselcoöperaties De Ulebelt

Estella Franssen: “Ik woon in Olst en werk in Deventer voor Natuur- en Milieu- Educatiecentrum de Ulebelt. We werken daar veel met natuur en water maar dat gaat bijna niet over het thema voedsel, dus daar ga ik zelf dan mee de boer op.”

De link tussen lokale boeren en inwoners was snel gemaakt. Estella: “We werkten wel al veel samen met boeren die lokaal hun afzet doen. Er waren al boeren die af en toe een kraampje hadden en die zeiden ‘We willen wel meer lokaal afzetten, maar hoe krijgen we dat voor elkaar?’ Ook sprak ik inwoners die zeiden dat ze best wel verser en biologisch willen eten maar het zo ingewikkeld vinden om al die boeren langs te gaan. Toen is het idee geboren van de voedselcoöperatie: samen voedsel inkopen bij boeren uit de buurt.”

Estella Franssen

Hoe werkt het?

Estella benadert het simpel. “Samen eten inkopen. Dat is het. Deelnemers halen bij toerbeurt alles op bij de boeren. Ze houden de logistiek en distributie in eigen hand. Daar zit geen verdienmodel op, want dan moet je zoveel omzet maken dat het het niet uit kan. Dat is hier niet aan de orde.”

De provincie Overijssel ondersteunde dit project, dat erop gericht is dat de voedselcoöperaties zelfstandig draaien. “Ik zocht naar een aanvulling aan het pallet van korte keten initiatieven die er al zijn in de regio. Toen ben ik daar zelf geld bij gaan zoeken voor de organisatie.” En met succes: “Er zijn er nu meer dan tien opgericht met tussen de vier en vijftig deelnemers per voedselcoöperatie. De deelnemers zijn enthousiast, de boeren zijn enthousiast en we kunnen er veel van leren.”

Voedselsoevereiniteit, daar gaat het over, vindt Estella. “Er zijn veel problemen in het voedselsysteem. Er is een makkelijke route om daaromheen te gaan en dat is zelf eten koken. Waarom is ons voedselsysteem onduurzaam? We willen weer grip op de markt en we willen de machtsverdeling omzeilen door rechtstreeks in te kopen bij boeren uit de buurt. Dan is die boer zelf weer autonoom en jij als burger ook.”

Wat moet je regelen?

Consumenten gaven aan dat ze dat op zich wel snapten maar vonden het aanvankelijk ook ingewikkeld om voor de groente naar de één en voor de eieren naar de ander te moeten, ‘dan ben ik mijn hele zaterdag kwijt!’. Ook vroegen mensen zich af of boeren wel tegen het assortiment en de openingstijden van de supermarkt op kunnen.

Estella: “Samen eten inkopen. Het is geen rocket science. Mensen gaan bij elkaar zitten en spreken een aantal dingen door: wat willen we, willen we alleen bio of niet, willen we vegetarisch of niet, bij welke boeren willen we inkopen. Ook wordt gekeken of de boeren waar ingekocht wordt al ervaring hebben met directe verkoop. Dan moet je nog een paar dingen regelen met elkaar, ga je werken met geld voorschieten, hoe zorg je dat je het assortiment en de prijzen duidelijk hebt? Groente is daarbij het meest veranderlijk. Van alle andere producten is dat veel regelmatiger.”

Eten betrekken via een voedselcoöperatie zorgt ervoor dat je op een andere manier naar voedsel gaat kijken: “Het werkt anders dan wat de meeste mensen gewend zijn – je hebt honger en je gaat naar de supermarkt en je kiest wat je die avond gaat eten. Bij dit systeem moet je vooruitdenken en dan worden de spullen geleverd. Ik moet dus al vooruitdenken, als ik bijvoorbeeld op zaterdag bij mijn ouders eet dat ik dus voor die dag geen bladgroente moet hebben.”

Voordelen

Estella somt de voordelen op van samen eten inkopen: “De aanvoerlijnen zijn korter dus het eten is verser. Kinderen gaan meer groentes eten die verser en beter smaakt. Er is minder verspilling want je bestelt alleen wat je echt gaat eten. Er is veel minder verpakkingsafval. Mensen voelen weer verbinding. Ze weten dat ze geld één op één naar de boer brengen, dat daar niets tussen zit. Wat ze kopen is betaalbaar. De mensen zien dat door hun bijdrage de boer meer mogelijkheden heeft om te investeren in zijn land. Zijn land is in feite hun eigen achtertuin.”

Wat Estella betreft betrek je op deze manier je verse producten alleen nog bij boeren uit de buurt. “Mensen hebben aanname dat het duur is om regionaal voedsel te kopen. Maar als je het via een voedselcoöperatie doet, dan zien we dat je zelf als je biologisch koopt je uiteindelijk na een aantal maanden minder geld aan eten uitgeeft omdat je minder troep in je karretje gooit.”

De Sallandse Voedselcoöperatie de Ulebelt

Waarden

Hoe zit het met mensen voor wie dit allemaal nog niet zo vanzelfsprekend is? “Een bijzondere meerwaarde kan zijn de verbinding met buurtgenoten. Het over eten te hebben zit niet in onze cultuur, is ondergeschoven kindje. Wanneer mensen dat wel gaan doen dan geeft dat een hele nieuwe impuls.”

Marktonderzoeksbureau Motivaction heeft mensen ingedeeld in waardes die ze belangrijk vinden (op de ene as) en status (op de andere). Daaruit komt dat verschillende mensen verschillende motieven kunnen hebben om mee te doen aan een voedselcoöperatie. Bijvoorbeeld:

  • Voor je gezin, voor de gezondheid van je kinderen, dat je het met elkaar doet, verbinding met elkaar
  • Een groep mensen maakt zich zorgen om de zakkenvullers en grootaandeelhouders, nu blijft geld in de regio
  • Dit is zoals het vroeger was
  • Dat je vooruit moet plannen vinden mensen gemakkelijk

Estella: “Voor mij was het een eye-opener dat we echt iets bij de kop hadden dat zoveel mensen op zo veel verschillende onderwerpen aansprak.”

Vragen

De deelnemers aan de workshop hebben vragen aan Estella:

Hoe gaat het opstarten in z’n werk? “Het programma wordt ondersteund door provincie Overijssel en is bedoeld om nieuwe voedselcoöperaties te starten. Estella: “Dat begint met één iemand in Overijssel die wil starten. Wij vertellen wat het is en wat het niet is. De initiatiefnemer gaat werven. Dan kunnen zij van start en hoeven wij er in principe niets meer aan te doen.”

Hoe gaat het met bestellen en betalen? Estella: “Daar zijn faciliteiten voor.”

Hebben de voedselcoöperaties een juridische status nodig? Estella: “Nee, dat is niet nodig. Een voedselcoöperatie is niets meer dan een mondelinge afspraak tussen mensen.”

Hoe zijn de ervaringen met mensen met weinig inkomen? “Veel deelnemers hebben modaal of beneden modaal inkomen. Zij ontdekken dat ze uiteindelijk minder geld kwijt zijn. Ze gaan meer plannen. Het eten is verser, lekkerder, je gaat er minder van weggooien, er is minder verleiding.”

Hoe kunnen we andere doelgroepen bereiken? “In de breedte laten zien wat het allemaal kan opleveren. Begint met één iemand. Die gaat werven, dat is meestal binnen hun eigen relatiesfeer. Dat werkt goed.”

Hoe doen jullie het met mensen die geen auto rijden en geen producten kunnen halen. “Als dat voordoet dan vinden de groepen daar zelf meestal een oplossing voor, door bijvoorbeeld een andere klus te doen die vanuit huis kan.”

Hoeveel deelnemers zijn er gemiddeld? “Deelnemersaantallen variëren tussen de vier en de vijftig, gemiddeld rond de vijftien. De goede schaal is de menselijke maat. Dat je mensen nog kent en dat je in één auto alle boodschappen kunt halen. Grotere groepen rijden een ‘achtje’ omdat het ander niet in de auto past.”

Wat voor soort mensen doen mee? “De grootste gemene deler is dat ze eten. Mensen moeten bereid zijn er iets meer voor te doen en de ander iets meer te vertrouwen, want iemand anders gaat voor jou spullen halen. Je bent vrij om te bepalen wat en wanneer je afneemt.”

Bregje Hamelynck – Ús Iten

Bregje Hamelynck en haar man hebben bij hen thuis een twee hectare permacultuur tuinderij genaamd Ús Hof. Het is een Community Supported Agriculture (CSA) initiatief: mensen zijn lid en komen zelf oogsten of tassen met groente halen. Er zijn nu meer dan honderd van zulk soort initiatieven in Nederland. De CSA tuinderij van Bregje bestaat nu zeven jaar. In 2016 groeide uit de tuinderij een Buurtmarkt.

Bregje: “De leden van onze tuin haalden bij ons groente maar eigenlijk wilden ze ook kaas, vlees en zuivel en daar moesten ze voor naar andere plekken rijden. Een aantal leden is toen bij elkaar gaan zitten en een eigen voedselcoöperatie begonnen. Nu hebben we daar vijf jaar mee geëxperimenteerd en het werkt. We zijn er nu helemaal klaar voor om onze kennis te delen met jullie.”

Bregje Hamelynck

Buurtmarkt Ús Iten (Ons Eten) begon juridisch gezien als coöperatie. Bregje: “Een coöperatie als juridische vorm is niet aan te raden. Voor de belastingdienst ben je een soort BV. Dat vraagt allerlei belastingsdingen. Als je een juridische vorm kiest, ga dan voor een stichting of een vereniging, niet voor een coöperatie.”

Hoe werkt het?

“We bieden allerlei lokale producten, zoveel als we kunnen vinden. Buurvrouw Durkje levert bij ons boter, zuivel en kaas. Lamvlees komt van een herder. Van wat we niet kunnen vinden kijken we of we het kunnen opstarten. Zo is er bijvoorbeeld bakker Christa. Zij had voorheen een baan en wilde eigenlijk heel graag bakker worden. Doordat wij met die 40 gezinnen zeiden ‘wij willen heel graag brood’ gaf dat voor haar perspectief om één dag in de week haar baan op te zeggen. Inmiddels is zij volledig bakker en staan de mensen in Witmarsum op zaterdag bij haar in een enorme rij.”

Naast de lokale producten biedt Ús Iten de mogelijkheid om producten van de biologische groothandel te bestellen. Bregje: “Hierdoor konden we als voedselcoöperatie vanaf dag één alles bieden. Met de koppeling aan de biologische groothandel zijn we een complete vervanging van de supermarkt. Gaandeweg kunnen we het assortiment van wat we lokaal vinden uitbreiden. Zo heb je in je eigen wijkgebouw of in je eigen garage je eigen supermarkt! Met zoveel mogelijk lokale producten. Ook als iets tijdelijk niet leverbaar is, is de groothandel als back-up fijn. Soms zijn de kippen broeds en dan hebben we even geen eieren. Die kunnen we dan even van de groothandel halen.”

Wat is er nodig voor een Buurtmarkt?

Je hebt vijftien huishoudens nodig om een Buurtmarkt te beginnen. Als er ongeveer elf huishoudens bestellen iedere week dan heb je voldoende volume om de groothandel te laten komen

En verder eigenlijk niets meer dan de ruimte voor twee grote tafels en schragen met kratjes voor de leden. Bregje: “Dat is wat je nodig hebt voor ongeveer 40 bestellers. En dan hebben wij twee koelkasten en één vriezer die één dag of anderhalve dag per week aan moet staan. Leveranciers komen zelf hun producten brengen, ze kunnen het zelf in de koelkast zetten. En dan wordt ‘t verdeeld.”

Ze hebben tot nu toe met een zelfgekluste webshop gewerkt, gebouwd door een lid. “Maar wij wilden dit idee heel graag door kunnen geven aan anderen. Toen zijn we op zoek gegaan naar geschikte software maar die bleek niet te bestaan. Wat we wel hebben gevonden is Voedselteams Vlaanderen, die werken met de technologie van Local Food Works.

Local Food Works

Naast de Vlaamse bestaande Buurtmartken zijn er nu ook de eerste Nederlandse Buurtmarkten die gebruik maken van het Local Food Works systeem: In Hilversum, Beverwijk, Bolsward en Heeg zijn nu Buurtmarkten aan het opstarten.

Hoe werkt dat systeem? “Denk aan lokale boeren en producenten, maar ook de mevrouw bij jou in de straat die jam verkoopt. Zij heeft toegang tot het systeem, want alle producenten kunnen hun eigen producten op het systeem zetten. Aan de andere kant van het systeem is er de Buurtmarkt, dus een groep consumenten. Iedere Buurtmarkt heeft z’n eigen online winkeltje. De producenten bieden hun producten aan in dat online winkeltje. Je kan zelf bepalen als lokale buurtmarkt wat jij op jouw platform in het aanbod hebt. Wij hebben daar in ons geval dan ook nog de producten van de groothandel bij. Als je als buurtmarkt bijvoorbeeld geen citroenen of kokosnoten wil, dan kan je die optie van de groothandel uitzetten. Als de lokale teler tomaten beschikbaar heeft, dan zet je het aanbod van de tomaten van de groothandel uit.”

Bregje en Michel bij hun zelfoogsttuin

Bestellen

Weer even terug naar de praktijk van Ús Iten. “Je hebt bij ons tot en met woensdagavond de tijd om te bestellen. De bestelling wordt doorgegeven aan de leveranciers en ook aan de groothandel. Vrijdag of zaterdag ochtend worden de producten bij ons afgeleverd. Op vrijdag komen ook de kratten van de groothandel. Dan begint het werk. Op zaterdag ochtend hebben vier leden van de voedselcoöperatie dienst, dat zijn de marktmeesters. De marktmeesters wegen en maken porties en zetten dat in de kratjes van de leden.” Bregje laat een foto zien van naambordjes die met knijper aan een draadje hangen. “Dat zijn van die handigheidjes, dan ben je flexibel als er iemand een keer niet besteld of juist meer ruimte nodig heeft.”

Tussen 9 en 11 uur verdelen de marktmeesters de producten. Tussen 11 en 12uur wordt er bij Ús Iten koffie gedronken. Bregje: “Op dat moment, tussen elf en twaalf uur, wordt de wereld een stukje mooier. Gedachten worden uitgewisseld en er ontstaan de meest fantastische ideeën. Zo zijn er mensen nu bezig met een ecowijk, en er is zelfs een politieke partij opgericht… Deze mensen krijgen wat met elkaar. Dat gebeurt onder andere doordat ze eens in de zes weken dienst hebben om marktmeester te zijn. Gaandeweg vormt zich hier dus een gemeenschap.”

De prijsopbouw is bij Ús Iten helder in beeld gebracht. Als je naar een product gaat dan zie je onder de prijs die jij als deelnemer betaalt de prijsopbouw. Je ziet welk deel gaat naar de producent (de boer), welk deel gaat naar transport, welk deel BTW is, en welk deel gaat naar onderhoud van het softwaresysteem. Dat laatste is nu 8% en wordt de komende jaren minder als er voldoende mensen meedoen met dit systeem. Er is nu nog wat geld nodig om ook het voorraad beheer software matig goed te krijgen. Als dat gelukt is en we met veel mensen meedoen dan wordt die 8% wellicht 3% of nog minder.”

Bij De Voedselwerkplaats kan je meer informatie vinden. Bregje: “Ik ben gevraagd door het netwerk Duurzame Dorpen om actief te worden voor de Voedselwerkplaats. We ondersteunen burgers bij het starten van een dorpstuin, een productietuin, we ondersteunen burgers bij het opzetten van een Buurtmarkt.”

Vragen

Vragen vanuit de deelnemers aan de workshop gaan over voedselveiligheidsregels, hoe het zit met de prijzen als je koopt van de groothandel, en hoe het zit met grootverpakking.

Bregje: “Je kan betalen met Ideal. Dat geld komt in je eigen wallet, een virtuele portemonnee.  Leveranciers die leveren het product, de marktmeester checkt of alles er is en ok is, dan drukt de marktmeester op de knop en dan gaat het geld van de virtuele portemonnee van het lid rechtstreeks naar de virtuele portemonnees van de lokale leveranciers. Daarmee is de handel rechtstreeks tussen boer en consument en dat maakt dat de voedselveiligheidseisen van winkels niet gelden. De filosofie in de wetgeving hierachter is: als jij je eigen producent kent, dan is het aan jou of jij die leverancier vertrouwt. Voor de groothandel is het anders, daar verzamel je de bestellingen van de leden om dat vervolgens als collectief te plaatsen bij de groothandel (bij de groothandel kan je niet als individu bestellen).”

“Wij kopen in als collectief, dat is voor groothandelprijzen. Daar zit wel de opslag van het systeem op, dat is 8% (beduidend minder dan de opslag van een winkel). Maar je moet als deelnemer wel zelf één keer in de zes weken meehelpen. De functie van winkelier vervullen we met elkaar. Dat is wat de Buurtmarkt anders maakt. Heel is een heel leuk klusje, het is een soort ‘winkeltje spelen’.”

De enige groothandel die je vanuit Local Food Works kunt betrekken bij je Buurtmarkt is op dit moment Udea. Bregje: “Dat komt omdat er foto’s nodig zijn van de producten voor het bestelsysteem. Odin en BioNoord werken er nu aan.”

Producten die je bij de groothandel bestelt komen in grotere verpakking. Bregje: “Als buurtmarkt kunnen we die grootverpakkingen ook klein aanbieden. Houdbare producten kun je goed verdelen.”

… en nog meer vragen!

Nadat we in groepjes hebben uitgewisseld zijn er nog een paar vragen.

Iemand vindt in zijn omgeving vaak alleen stalletjes met tomaten, paprika’s, en komkommers en vraagt zich af hoe hij boeren kan vinden die meerdere producten leveren. Bregje: “Als je zelf een groepje hebt van consumenten dan willen boeren wel direct gaan leveren of hun producten uitbreiden.” Rechtstreeks en de Streekboer worden genoemd. “Die doen het voor jou in een kratje. Dat is handig. Daar zit dan wel 30 tot 40% opslag op.” Je kan het ook zelf doen. Zelfs Post NL heeft gekoeld transport. Tip: “Als je boeren in de buurt zoekt kan je zulke bedrijven wel gebruiken als zoekplaats voor lokale ondernemers.”

Een andere deelnemer voelt zich heel nieuwsgierig: “Wie betaalt de notariskosten voor de oer-initiële stappen voor het starten van een coöperatie?”Estella: “Je kunt de notaris vragen of hij mee wil doen en verder heb je hem niet nodig. Je hebt geen rechtsvorm nodig want je maakt een mondelinge afspraak. Je kan kiezen dat een iemand het voorschiet. Of via de site van Local Food Works individuele bestellingen doen. Je gaat naar de boer en je koopt lokale dingen. Maak het niet ingewikkelder dan het is.”

Ook Local Food Works kan je gebruiken zonder enige rechtsvorm. Bregje: “Als je als collectief wil gaan inkopen bij de groothandel heb je wel een rechtsvorm nodig, een verenigingsvorm, daar hebben we statuten van voor jou ter beschikking. Via voedselwerkplaats.nl kan je aangeven dat je ook zo’n Buurtmarkt wil starten. De Voedselwerkplaats biedt een training die eenmalig €350 euro kost om te leren het systeem te gebruiken.” Daarna betaal je alleen die 8% opslag als je het systeem gebruikt. Bregje: “Het is nu 8%. Zodra het kan wordt het minder, op weg naar 0,..%. Dit is een coöperatief systeem, zonder winstoogmerk. Volume aangeven, voorraad, daar moeten we nog aan werken. Als je bijvoorbeeld 12 kroppen sla hebt en die kan je bestellen dan kan je die als producent nu alleen nog aan of uit zetten. We willen zorgen dat er als er zes besteld zijn het systeem weet hoeveel er nog over zijn. Dat willen we nog verder ontwikkelen. Daarvoor en voor het onderhoud van het systeem zijn die 5%. De 3% is voor het betaalsysteem. Daar kunnen we mee onderhandelen om het goedkoper te maken als we met meer mensen zijn.”


Verslag: Klarien Klingen

Deze workshop was onderdeel van ons alternatief programma ter vervanging van de Voedsel Anders conferentie 2020. Hou deze website, Facebook en Twitter in de gaten voor de komende activiteiten en schrijf je rechts op de website vooral ook in voor onze nieuwsbrief.


Deze workshop is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de POP3 Korte Voorzieningsketens van de Provincie Gelderland en de Europese Unie.