Achtergrond bij de korte ketens kaart

Wat voor initiatieven kun je allemaal vinden op de ‘Korte Ketens Kaart‘ van Voedsel Anders? En welke criteria hanteren we bij de overweging om ze er wel of niet op te zetten?

Wat vind je op de kaart?

We hebben de initiatieven op de korte ketenskaart onderverdeeld in de volgende categorieën:

Samenwerkende boeren die gezamenlijk een webshop beheren of uitgiftepunten bevoorraden of op een andere manier huishoudens in de eigen regio van dagelijkse boodschappen (m.n. groentes) voorzien.

Consumenten (groenteclubs, voedselcollectieven): Groepen huishoudens die gezamenlijk het initiatief hebben genomen om producten van boeren uit de regio te betrekken. 

Boeren en consumenten gezamenlijk. Dat kan variëren van: enerzijds  meedenken over het teeltplan en het salaris van de boer of meewerken op het land, of zelf je eigen eten plukken, tot anderzijds (minimaal ‘meedoen’): per seizoen betalen en je krijgt een tas bij de deur, of een  CSA = community supported agriculture: gedeelde verantwoordelijkheid van producenten en consumenten.  Op de kaart worden zelfoogst-tuinen (nog) niet genoemd, omdat daar per keer en per boodschap wordt betaald.  Kijk zelf op www.pluktuinen.nl voor alle pluktuinen in Nederland.

Stadsbewoners: stadslandbouw  Het begrip ‘stadslandbouw’ omvat zowel de productie van voedsel binnen de stad als voedselproductie langs de randen van de stad.  Op de ‘Korte Ketens Kaart’ is nemen wij vooralsnog, uit praktische overwegingen, alleen stadslandbouw op, waar (ook) voedsel verkocht wordt.

Voedselbossen  en permacultuur-tuinen, die nog niet zo lang bestaan en tijd nodig hebben om te groeien, dus (nog) geen producten verkopen.

Distributie via winkels en food hubs  In deze categorie is er een glijdende schaal tussen bijvoorbeeld enerzijds een coöperatieve winkel’ zoals De Nieuwe Graanschuur (Amersfoort) of maalltijdboxen/diensten zoals Beebox.


Criteria

Wat nemen we wel en niet op in onze korte ketenskaart? Wanneer is een product in een korte keten duurzaam én rechtvaardig? We hanteren de volgende criteria, geformuleerd tijdens een workshop op de 2e Voedsel Anders Conferentie (2016): 

  1. Nabijheid. In korte ketens is het belangrijk dat je weet wie je eten produceert, dat je een persoonlijke relatie met ze hebt, en dat ze liefst niet te ver weg wonen (bijv. binnen een straal  van 40 km).
  2. Duurzaamheid. Dit kan door biologisch met certificaat te kopen, maar je kunt ook vertrouwen op de werkwijze van de boer of producent, want certificering is duur. Denk aan aspecten als geen gebruik van chemische middelen, producten uit het seizoen, herkomst van veevoeder, energieverbruik.
  3. Transparantie over de prijs die de boer krijgt: Hoeveel van de ‘consumenten-euro’ komt bij de boer terecht? Eis transparantie op dat gebied. In ‘the Food Hub’, Leuven staat het op de labels. Daar gaat tussen de 45 en 63% naar de boer, de rest naar transport , de winkel(ier) en naar BTW.  Vergelijk dat met de standaard-situatie in Nederland: een LEI-onderzoek ‘Prijsvorming van Voedsel’ (2014, p. 9) laat zien dat tussen de 15% (brood) en 40% (eieren, als flinke uitschieter) gewoonlijk naar de Nederlandse boer gaat.  Dat is te weinig. Hoe transparanter de prijs, hoe beter.
  4. Besluitvormingsmodel. Wie beslist? is het een democratisch of hiërarchisch gerund bedrijf? En waar blijft de winst? In een coöperatie zoals Beebox en Willem en Drees, die in 2016 gefuseerd zijn, onderhandelen consumenten en boeren over de prijs. Democratisch. De winst wordt geïnvesteerd in de coöperatie of in ‘groene’ projecten. In het andere uiterste gaat de winst naar aandeelhouders / investeerders.
  5. Geen of minimale verpakkingen.

 


een speciale melding over Maaltijdboxen

Maaltijdboxen passen in de trend van ‘laat maar bezorgen, dan hoef ik het niet te  halen’. Het kost wel de nodige benzine/diesel/elektriciteit. Het is echter wel belangrijk wat voor box je kiest. Wij vermelden op de ‘korte ketens kaart’ ook maaltijdboxen, maar niet alle. Welke niet? Als ze geen informatie geven over de aandachtspunten hierboven, waar vaak weinig of niets over te vinden is.

Om die redenen staan de meeste maaltijdboxen niet op de ‘korte ketens kaart’, (zoals Hello Fresh, Albert Heijn, Marley Spoon, Picnic Online). Daar zitten grote investeerders achter (bijv. Zalando), er is geen winstdeling, te weinig opbrengst voor de boer, en ze geven Nederlandse producten niet per se voorrang – sommige van die boxen zijn zelfs ‘internationaal’. Ons advies: speur de respectievelijke websites af en stel vragen over alle criteria bovenaan deze pagina. Of, makkelijker: neem de maaltijdboxen of andere bezorgdiensten die op de ‘korte ketens kaart’ staan!  Onderzoek zelf wat in jouw omgeving voor jou de beste keus is, en denk daarbij ook om een eerlijk deel voor de boer. Lees ook een artikel op Foodlog over maaltijdboxen.


Hier vind je enkele links naar andere korte ketenoverzichten: